Menu: Kronprinz Friedrich Wilhelm |
|
|
Menu: Stenay in de 1e Wereldoorlog |
|
|
Der Kronprinz: wie was hij?
Citaten uit de Nederlandse vertaling van het boek van Louis Dumur: "de Slachter van Verdun".
".....zag ik over den weg van Stenay een bloedroode, elegante auto komen, die meesterlijk door een slanken,
jongen man bestuurd werd. Hij had een smal en lang gezicht met een fijn snorretje,
was los in zijn bewegingen en zeer ongedwongen; zijn pet met rooden band droeg hij op één oor
en zijn sigaret hing tusschen zijn lippen. Hij droeg het generaals-uniform en naast hem zat een chauffeur.
In den wagen zaten twee stafofficieren, van wie de eene Baron van Werthau was,
en vijf prachtige hazewindhonden met lang haar bezetten de achterplaatsen of stonden decoratief voor de raampjes.
Toen de wagen mij voorbij schoot, zag ik, dat hij een plaat met de koninklijke kroon van Pruisen droeg.
Na een meesterlijke wending sprong de Kroonprins lenig op den grond, het stuurwiel aan den chauffeur overlatend.
Lachend en groetend naar alle kanten liep hij het bordes op, gevolgd door zijn twee adjudanten."
|
"Hoewel bijna vier-en-dertig jaar oud, zag de Kroonprins er onwaarschijnlijk jong uit.
Hij was flink van lijf en leden, ongedwongen, lenig, slank en gecorsetteerd van taille, had een buigzame hals,
een hoofd waaraan alles uitstak en een rattenprofiel.
Zijn gezicht was als uitgerafeld en smal met terugbuigende kin en voorhoofd, de puntige neus werd onderstreept door een dun,
blond snorretje, zijn kleine, blauwe oogen schitterden en keken van het eene oogenblik op het andere stoutmoedig en onbeschaamd,
dan echter weer weifelend, ongerust, verward en in de verte blikkend gelijk een wild dier.
Die blik, de rimpels om zijn oogkassen en de plooien onder zijn oogen, vernietigden, van dichtbij gezien,
met één slag den indruk van jeugdige, ongekunstelde zuiverheid, die het slanke lichaam
en de lenige bewegingen bij den eersten aanblik nog verwekten.
De vroeg-oude kromming van den nek en het besluitelooze buigen in de knieën legden
zoowel aan geleerdheid van beweging als sexueele excessen bloot.
Zijn manieren waren meer harlevinksch dan elegant; in het algemeen maakte hij minder den indruk vaneen gedegenereerd edelman
dan van een gedistingeerde baliekluiver.
De vingers van den Kroonprins waren overladen met ringen en hij droeg zelfs een armband.
Met zijn keurig geonduleerde en geparfumeerde haren werd hij daardoor een zeker soort "mooie jongen", een gigolo-type.
In zijn eigen verbeelding leek Zijne Keizerlijke Hoogheid zoowel uiterlijk als innerlijk op zijn grooten voorvader Frederik II;
in werkelijkheid was hij er echter een erbarmelijk caricatuur van.
Psychologisch gesproken kon men zelfs zeggen,
dat de uiterlijke verschijning van den Kroonprins bepaald weinig Dutsch was,
wat verklaarbaar is als men bedenkt hoe vaak door vreemde smetten het nobele Germaansche bloed onzer vorstenhuizen bedorven is.
"
|
"Geestelijk was de Kroonprins van een grillige en vluchtige mentaliteit,
was hij gemakkelijk af te leiden en als hij niet met één oogopslag begreep, waar het om ging, schrok te leeren begrijpen.
Behalve sport en vrouwen waren er dan ook al zéér weinig zaken, waarover Zijne Keizerlijke Hoogheid met kennis van zaken kon spreken.
Betrof het onderwerp van conversatie of lectuur niet de sport of de vrouwen,
dan maakte hij hoogstens eens een opmerking, die als bij toeval ook wel eens aardig kon zijn;
ging het echter wèl over zijn geliefkoosde onderwerpen, dan bleek hij een schitterend causeur, ja, een kampioen.
Hij bezat geenerlei wezenlijke kennis op litterair of artistiek gebied;
het was nooit meer dan het vernisje dat een ieder krijgt door gestadigen omgang met bepaalde kringen.
Fransch sprak hij evenwel, zij het academisch, zonder accent,
maar nu schepte hij er weer behagen in het met "argot" (bargoens) te doorspekken.
Wat den Kroonprins betreft, hij kende geen zwakheid in den zin van gevoeligheid, geen medelijden met de overwonnenen.
Het was van hem niets dan lichtzinnigheid,
een onverantwoordelijk en schuldig laten vallen van wat voor hem als Pruisisch officier het meest zuiver,
heilig en onbuigbaar behoorde te zijn: het dragen en uitdragen van het Gezag.
Onder zijn beminnelijk uiterlijk en joviale manieren verborg hij een diepgeworteld egoïsme.
Niets mocht den loop van zijn pleziertjes onderbreken, niets hem eenige onaangenaamheid veroorzaken.
Het schijnbaar innemende van zijn manieren stelde hem natuurlijk bloot aan velerlei verzoeken.
Hij hoorde geen enkel aan en maakte er zich met een luchtig woord van af.
Nooit bewees hij iemand een dienst, tenminste wanneer daarvan niet iets aangenaams voor hem zelf het gevolg van was.
De Franschen, zond hij naar de Kommandantur of naar de Etappen-Inspectie, de Duitschers naar den Generalen Staf."
|
"Wat misschien nog minder Duitsch was, dat was de wijze, waarop hij zich tegenover de Fransche bevolking gedroeg.
Zijn gebrek aan waardigheid op dit punt vond ik, toen ik daar nog niet aan gewend was, bepaald weerzinwekkend.
Verre van aan, dat Bourgondisch gespuis respect in te boezemen
en ze de heilzame gestrengheid van den vuist des overwinnaars te doen gevoelen,
scheen Zijne Keizerlijke Hoogheid bezeten van de behoefte zich te encanailleer en en populair te maken.
Of hij in een rijtuig zat, te paard of te voet ging, Willy schepte er, ik weet niet welk, behagen in teekens
en wenken aan de voorbijgangers te geven, vrouwen en meisjes met erg veel nadruk te groeten,
kooplieden in hun winkels aan te spreken of te blijven stilstaan bij een dikke moeke om haar te ondervragen over haar man of zoon,
die krijgsgevangen was in Duitschland; of - als het een meisje was - over haar "fuselier in Frankrijk";
terwijl toch ieder kind wist, dat die menschen in het geheel geen berichten ontvingen.
Vooral echter had hij plezier in de kwajongens.
Hij liet ze achter zich aanloop en en wierp ze stuivers toe, en deze kleine schurken waren zoo familiaar met hem,
dat als ze hem uit de verte zagen aankomen ze al op hem toegingen en riepen: "V'la Gugusse! .. . Ohé, Gugusse! . . ."
Dit was des te beschamender, omdat, inplaats van hun dit gebrek aan respect kwalijk te nemen, hij er groot plezier om had.
Was dat niet het geval geweest, dan zou dit bedroevend schouwspel nog te verdragen zijn geweest
en zich tot de kleine bengels hebben bepaald. Maar nu schreeuwde de heele bevolking mee.
Al namen zijn officieren dezen prins niet au sérieus, hetgeen hun recht was en waartoe ze alle reden hadden,
zoo bewezen ze hem toch steeds de eer, aan zijn hoogen rang verschuldigd.
Maar dat stomme Fransche gepeupel spotte openlijk met hem en maakte hem belachelijk.
"
|
"Eén deugd moest men hem echter toekennen, en zelfs een belangrijke deugd: matigheid in eten en drinken.
De Kroonprins was noch gulzig, noch een dronkaard en dus ook daarin was hij weinig Duitsch.
Maar hij bracht die deugd meer in praktijk uit een oogpunt van sporthygiëne, om goed in vorm te blijven, dan uit principe. "
|
"Zooals gezegd - en daaruit bleek de eenzijdigheid van die ene kroonprinselijke deugd -
was hij alleen op het gebied van eten en drinken matig.
Wat matigheid op sexueel gebied betreft, die was hem totaal vreemd en wij vroegen ons zelfs af
of hij de ééne deugd niet betrachtte om de andere des te beter geweld aan te kunnen doen.
Het aantal families, die hij de eer had aangedaan te onteeren was schrikbarend; de dochters maakte hij zwanger en hij liet de -
minder jarige kinderen schaken.
En de vrouwen, die al onteerd waren, het "bataljon van Cythère", zooals de Franschen die elegant noemden:
van Hirson tot Conflans en van Rethel tot Luxembourg was er waarschijnlijk niet één,
die niet het groote voorrecht had gehad hem tegen een behoorlijken prijs haar gunsten te verkoopen.
Of het zou bepaald een vogelverschrikster geweest moeten zijn!
Hij stond voor niets: boerinnen, arbeidsters, winkeljuffrouwen, publieke vrouwen, alles was van zijn gading,
ongerekend dan nog de Duitsche typisten en de dames van het Roode Kruis. Ook had hij geprobeerd door te dringen
tot zekere adellijke salons van Sedan en Charleville, maar in hoeverre ook daar zijn "contact met de bevolking" compleet was,
is moeilijk na te gaan.
De eenige tegen wie hij bepaald tegenzin scheen te hebben was zijn eigen vrouw.
Kroonprinses Gecile was hem een keer te Stenay komen opzoeken. Na twee dagen, had "Cilly" - zooals ze intiem genoemd werd -
het veld moeten ruimen en den terugtocht moeten aanvaarden; zooals sommigen zelfs vertellen: mishandeld en geslagen.
Hij weigerde ook verlof te nemen om zijn kinderen te gaan bezoeken, hoewel hij er toch zes had!
In de zalen en het park van het casino [...] zwermde het van de vrouwen; hier was het middelpunt van een druk, mondain leven.
De meeste van die vrouwen woonden in Stenay waar zij werkzaam waren bij de militaire administratie of den geneeskundigen dienst.
Zij behoorden dikwijls tot de goede Duitsche kringen en sommige waren zelfs van adel.
Al die vrouwen hadden intieme verhoudingen met officieren en allemaal - voor zoover ze hem tenminste aanstonden -
waren zij voor een uur, een dag of een week de maitresse van den Kroonprins geweest of stonden daarvoor op de nominatie.
Behalve dit "vaste garnizoen" kwamen er ook dikwijls op een pretje beluste reizigsters uit Charleville, Brussel of zelfs uit Berlijn;
mondaine vrouwen en demi-mondaines van een gewaagde elegance en een zeer uitdagend uiterlijk.
[...]Want al vloog de prinselijke vlinder met even verbazingwekkende gemakkelijkheid als duizeling wekkende snelheid van bloem tot bloem,
zoo had hij bij al zijn vele avontuurtjes toch één roos die zijn voorkeur genoot; één bevoorrechte maitresse.
En deze bloem van zijn keuze was toen een charmante Française, het liefste jonge meisje van Stenay:
mademoiselle Blanche Desserey."
|
Verantwoording - Webesign: Moulin le Cygne -
Contact: webmaster
Duplication or reproduction of the contents of this web site,
including,but not limited to, content, graphics and source code,
is prohibited without expressed written consent by Betula Alba ©.
|