Menu: Kronprinz Friedrich Wilhelm |
|
|
Menu: Stenay in de 1e Wereldoorlog |
|
|
Der Kronprinz in oorlogstijd
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg de 32-jarige Kronprinz Wilhelm het commando over het 5de Duitse Leger.
Het toewijzen van een commando aan een kroonprins over een veldleger was door de jaren heen een Hohenzollern traditie.
En al hoewel "Willy" een zachte leider was met goede instincten, had hij toch een bedenkelijke reputatie als commandant -
de geallieerden refereerden aan hem als een "imbeciel" - maar de overwinningen in de Ardennen en Longwy verbeterden zijn reputatie enigermate
Zijn troepen slaagden er in het fort van Longwy te veroveren. (zie de foto met het opschrift "Unser Kronprinz, der Sieger von Longwy)
Zijn vasthoudendheid om de Lorraine te veroveren verplichte de Chef Staf von Moltke om het Schlieffen Plan te veranderen
en enkele noordelijke flank divisies naar het zuiden te verplaatsen.
Hij diende als veld commandant van het westelijke front tijdens de hele oorlog.
Zijn belangrijkste taak was de Fransen langs de zuidelijke flank van het westelijke front in bedwang te houden.
Kronprinz Wilhelm in "Erinnerungen" (1923):
"Toen de voor de wereld zo belangrijke beslissing over oorlog en vrede op 1 augustus 1914 werd genomen
door ondertekening van het mobilisatie verdrag, was de gehele keizerlijke familie verenigd in de kamer van Hare Majesteit tante.
Ik werd binnengeroepen en mij somber kijkende vader zei me in de aanwezigheid van de Keizerlijke kanselier,
de chef van de generale staf, de minister van oorlog en de eerste minister voor de keizerlijke marine:
" Ik heb jou benoemd tot commandant van het Vijfde Leger, met Luitenant-generaal Schmidt Von Knobelsdorf als Chef Staf.
Wat hij jou adviseert moet je uitvoeren."
Met een dankbaar hart voor de hoge aanstelling als gevolg van het mobilisatie bevel,
verlieten wij zonen het kasteel, trots en bewust van onze jonge kracht en aangemoedigd door grote menigte.
Maar diep in mijn hart worstelde ik met sombere gedachten over de oorlog die ik al zo lang en angstvallig had zien aankomen.
Onze politieke situatie kon niet ongunstiger geweest zijn. Duitslang en Oostenrijk zonder steun tegen de rest van de wereld.
Hoe zou dat moeten eindigen?
Maar er was geen tijd voor somberheid.
Iedereen, soldaat of burger, man of vrouw,
was zich bewust van het recht aan onze kanten wilde de plicht en verantwoordelijkheid delen voor de gezamenlijke verdediging
van ons bedreigde vaderland.
Op dat moment zag de meerderheid van het Duitse volk de militaire oplossing
als het einde van een nachtmerrie van een steeds maar groter groeiende politiek spanning.
Onze ongelukkige buitenlandse politiek had geleid tot een volledige isolatie van gaf steeds weer een externe crisis
dat in de afgelopen jaren meerdere malen had geleid tot het terugtrekken van diplomatieke betrekkingen
en verlies van prestige voor Duitsland.
En nu was daar een storm waar Duitsland in zijn geheel niet verantwoordelijk voor was om de atmosfeer te schonen
en de onderdrukkende spiraal werd eindelijk verbroken. Na de oorlog zou Duitsland weer vrij kunnen ademhalen hoopten we;
ze zou met haar vijanden in het reine komen en zich weer kunnen ontwikkelen tot een onverwacht niveau.
Dit waren de gedachten van de gewone man in de straat met zijn eerbare patriottische gevoelens.
|
Citaat uit de Nederlandse vertaling van het boek van Louis Dumur: "de Slachter van Verdun", pag. 235 e.v.
"In werkelijkheid hield de Kroonprins van den oorlog als een kind van zijn soldaatjes.
Zoodra er iets ernstigs aan de hand was, iets dat lang duurde, vermoeiend was, ononderbroken arbeid vergde,
groot geduld, capaciteiten, de toewijding van een wetenschappelijk geschoolde en nauwkeurige krijgskunst,
dan interesseerde hem de oorlog in het geheel niet.
Voor tactiek, topografie,
ballistiek noch voor administratief beheer had de Kroonprins ook maar de minste belangstelling.
Niet in staat ook maar een bataljon naar de regelen der kunst in het vuur te brengen, steunde hij geheel en al op zijn generaals,
om het succes te behalen, dat hij begeerde, zonder een hand uit te steken, om hun taak te verlichten.
Wel wist hij zeer goed zijn ongeduld te demonstreeren over den langzamen gang van zaken
en verwijten te plaatsen over de geringe resultaten, die bereikt werden.
Als een wervelwind kwam hij het stafkwartier binnen, plaatste zich met zijn rijzweep onder den oksel
en de handen in de zakken voor de kaart van het gevechtsterrein, keek er met zijn monocle een oogenblik op en bromde dan:
- - Nou, generaal, dat schiet niet op! Nog altijd diezelfde punten! Wij zijn geen streep vooruit gekomen!
- - Pardon, Keizerlijke Hoogheid, antwoordde Knobelsdorf dan, dat en dat en dat regiment is van het front teruggenomen en vervangen door dat en dat en dat.
- - Ja, bliksems, dat zie ik wel, de vaandels zijn verplaatst, maar de linie, de linie is niet veranderd!....Laat eens zien: één twee drie vier weken.
Vier weken, generaal! En dat noemt U een offensief! Sinds 26 Februari zijn wij geen stap vooruitgekomen!
- - Pardon, Keizerlijke Hoogheid, hier zijn wij voor uitgegaan, en hier, en hier. Wij hebben Forges genomen, en Régneville en Fresnes. . . .
- - Wat beteekent dat? . .. Op die manier duurt het tien jaar voor wij in Verdun zijn!
- - Geduld, Keizerlijke Hoogheid… Er komt een oogenblik, dat de boel gaat breken.
- - Gaat breken. . .. gaat breken. . .. En als het niet gaat breken?... "Geduld" . . U zegt nooit wat anders, generaal! Geduld, altijd maar geduld!.
Daar word je slaperig van op het laatst! Weet u, dat ik er langzamerhand mijn buik vol van heb, van uw geduld? . . . .
Zonder zich in de war te laten brengen door de prinselijke verwijten,
voerde de chef van den staf zijn eigen geduld op tot een waar engelengeduld -
als men die uitdrukking ten aanzien van een Pruisisch generaal kan gebruiken -
om den opgewonden Kroonprins de bijzonderheden van de troepenbewegingen maar duidelijk te maken.
Willy luisterde dan met een afwezig gezicht, waagde enkele onbeteekenende opmerkingen,
liet zich de berichten en de telefonische mededeelingen van Mézières voorleggen,
las ze fluitend en sigaret na sigaret rookend, tapte twee of drie min of meer schuine moppen,
wisselde een paar handdrukken en ging dan, weer één en al glimlach, naar het casino."
|
Wilhelm nam deel aan de Duitse aanvallen op Verdun in februari 1916, een ervaring die hem de zinloosheid van de oorlog liet inzien.
En in oktober 1916 werd aan de troonopvolger de leiding over de "Heeresgruppe Kronprinz" overgedragen
met in 1918 enige successen aan het Aisne-Champagne front.
Hij werd meer en meer gedesillusioneerd en drong er bij het hoofdkwartier op aan een politiek van terugtrekken te volgen
Verantwoording - Webesign: Betula Alba -
Contact: webmaster
Duplication or reproduction of the contents of this web site,
including,but not limited to, content, graphics and source code,
is prohibited without expressed written consent by Betula Alba ©.
|